NL: afkopenSynoniemen: lossen, schadeloosstellen, afkoop, tevredenstellen, vergoeden, terugbetalen
DE: afkopen (schadeloosstellen): zurückzahlen, entschädigen, abkaufen
EN: afkopen (schadeloosstellen): reimburse, restitute, repay, compensate, indemnificate, buy off, make good
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgekocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik koop af jij koopt af hij koopt af wij kopen af jullie kopen af zij kopen af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgekocht jij hebt afgekocht hij heeft afgekocht wij hebben afgekocht jullie hebben afgekocht zij hebben afgekocht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kocht af jij kocht af hij kocht af wij kochten af jullie kochten af zij kochten af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgekocht jij had afgekocht hij had afgekocht wij hadden afgekocht jullie hadden afgekocht zij hadden afgekocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afkopen jij zult afkopen hij zal afkopen wij zullen afkopen jullie zullen afkopen zij zullen afkopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgekocht hebben jij zult afgekocht hebben hij zal afgekocht hebben wij zullen afgekocht hebben jullie zullen afgekocht hebben zij zullen afgekocht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afkopen jij zou afkopen hij zou afkopen wij zouden afkopen jullie zouden afkopen zij zouden afkopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgekocht hebben jij zou afgekocht hebben hij zou afgekocht hebben wij zouden afgekocht hebben jullie zouden afgekocht hebben zij zouden afgekocht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
koop af
|