Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afhaken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afhaken
Synoniemen: loshaken, opgeven, ophouden, eindigen, ontkoppeling, afkoppeling, stoppen, eruitstappen, afzeggen, afvallen, uitscheiden, staken, kappen

EN: afhaken (opgeven): quit, drop out, pull out
ES: afhaken (opgeven): salir de, dejar, salir, parar, abandonar, soltar, desprenderse, dejar de, retirarse, desvincular
FR: afhaken (opgeven): être éliminé, détacher, abandonner, décrocher, débrancher, dételer, défaire, déserter, dévisser, déconnecter

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgehaakt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik haak af
jij haakt af
hij haakt af
wij haken af
jullie haken af
zij haken af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgehaakt
jij hebt afgehaakt
hij heeft afgehaakt
wij hebben afgehaakt
jullie hebben afgehaakt
zij hebben afgehaakt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik haakte af
jij haakte af
hij haakte af
wij haakten af
jullie haakten af
zij haakten af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgehaakt
jij had afgehaakt
hij had afgehaakt
wij hadden afgehaakt
jullie hadden afgehaakt
zij hadden afgehaakt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afhaken
jij zult afhaken
hij zal afhaken
wij zullen afhaken
jullie zullen afhaken
zij zullen afhaken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgehaakt hebben
jij zult afgehaakt hebben
hij zal afgehaakt hebben
wij zullen afgehaakt hebben
jullie zullen afgehaakt hebben
zij zullen afgehaakt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afhaken
jij zou afhaken
hij zou afhaken
wij zouden afhaken
jullie zouden afhaken
zij zouden afhaken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgehaakt hebben
jij zou afgehaakt hebben
hij zou afgehaakt hebben
wij zouden afgehaakt hebben
jullie zouden afgehaakt hebben
zij zouden afgehaakt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
haak af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afhaken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English