NL: afgelastenSynoniemen: afblazen, afzeggen, annuleren, intrekken, afbestellen
DE: absagen, anbsetzen, abblasen
EN: cancel, postpone, abandon, desist, hold up
ES: cancelar, suspender, anular
FR: annuler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgelast
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik gelast af jij gelast af hij gelast af wij gelasten af jullie gelasten af zij gelasten af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgelast jij hebt afgelast hij heeft afgelast wij hebben afgelast jullie hebben afgelast zij hebben afgelast
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gelastte af jij gelastte af hij gelastte af wij gelastten af jullie gelastten af zij gelastten af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgelast jij had afgelast hij had afgelast wij hadden afgelast jullie hadden afgelast zij hadden afgelast
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afgelasten jij zult afgelasten hij zal afgelasten wij zullen afgelasten jullie zullen afgelasten zij zullen afgelasten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgelast hebben jij zult afgelast hebben hij zal afgelast hebben wij zullen afgelast hebben jullie zullen afgelast hebben zij zullen afgelast hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afgelasten jij zou afgelasten hij zou afgelasten wij zouden afgelasten jullie zouden afgelasten zij zouden afgelasten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgelast hebben jij zou afgelast hebben hij zou afgelast hebben wij zouden afgelast hebben jullie zouden afgelast hebben zij zouden afgelast hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
gelast af
|