NL: affronteren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geaffronteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik affronteer jij affrontert hij affrontert wij affronteren jullie affronteren zij affronteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geaffronteerd jij hebt geaffronteerd hij heeft geaffronteerd wij hebben geaffronteerd jullie hebben geaffronteerd zij hebben geaffronteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik affronteerde jij affronteerde hij affronteerde wij affronteerden jullie affronteerden zij affronteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geaffronteerd jij had geaffronteerd hij had geaffronteerd wij hadden geaffronteerd jullie hadden geaffronteerd zij hadden geaffronteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal affronteren jij zult affronteren hij zal affronteren wij zullen affronteren jullie zullen affronteren zij zullen affronteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geaffronteerd hebben jij zult geaffronteerd hebben hij zal geaffronteerd hebben wij zullen geaffronteerd hebben jullie zullen geaffronteerd hebben zij zullen geaffronteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou affronteren jij zou affronteren hij zou affronteren wij zouden affronteren jullie zouden affronteren zij zouden affronteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geaffronteerd hebben jij zou geaffronteerd hebben hij zou geaffronteerd hebben wij zouden geaffronteerd hebben jullie zouden geaffronteerd hebben zij zouden geaffronteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
affronteer
|