EN: to affixNL: affix (attach to): bevestigen, vastzetten, ergens aan bevestigen, vastmaken
DE: affix (attach to): befestigen, festmachen, festhaken, heften, beglaubigen, anbinden, anheften, festheften
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
affixing
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I affix you affix he affixes we affix you affix they affix
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have affixed you have affixed he has affixed we have affixed you have affixed they have affixed
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I affixed you affixed he affixed we affixed you affixed they affixed
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had affixed you had affixed he had affixed we had affixed you had affixed they had affixed
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will affix you will affix he will affix we will affix you will affix they will affix
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have affixed you will have affixed he will have affixed we will have affixed you will have affixed they will have affixed
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would affix you would affix he would affix we would affix you would affix they would affix
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have affixed you would have affixed he would have affixed we would have affixed you would have affixed they would have affixed
|