NL: afdwalenSynoniemen: suffen, uitweiden, afdwaling, dwaling
EN: afdwalen (uitweiden): digress, stray off
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgedwaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dwaal af jij dwaalt af hij dwaalt af wij dwalen af jullie dwalen af zij dwalen af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben afgedwaald jij bent afgedwaald hij is afgedwaald wij zijn afgedwaald jullie zijn afgedwaald zij zijn afgedwaald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dwaalde af jij dwaalde af hij dwaalde af wij dwaalden af jullie dwaalden af zij dwaalden af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was afgedwaald jij was afgedwaald hij was afgedwaald wij waren afgedwaald jullie waren afgedwaald zij waren afgedwaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afdwalen jij zult afdwalen hij zal afdwalen wij zullen afdwalen jullie zullen afdwalen zij zullen afdwalen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgedwaald zijn jij zult afgedwaald zijn hij zal afgedwaald zijn wij zullen afgedwaald zijn jullie zullen afgedwaald zijn zij zullen afgedwaald zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afdwalen jij zou afdwalen hij zou afdwalen wij zouden afdwalen jullie zouden afdwalen zij zouden afdwalen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgedwaald zijn jij zou afgedwaald zijn hij zou afgedwaald zijn wij zouden afgedwaald zijn jullie zouden afgedwaald zijn zij zouden afgedwaald zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dwaal af
|