NL: afdrukkenSynoniemen: uitdraaien, drukken, vuren
DE: der Druck, die Auflage
EN: the print, the printing, the edition
ES: la imprimir, la tirar
FR: la action d'imprimer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgedrukt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik druk af jij drukt af hij drukt af wij drukken af jullie drukken af zij drukken af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgedrukt jij hebt afgedrukt hij heeft afgedrukt wij hebben afgedrukt jullie hebben afgedrukt zij hebben afgedrukt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik drukte af jij drukte af hij drukte af wij drukten af jullie drukten af zij drukten af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgedrukt jij had afgedrukt hij had afgedrukt wij hadden afgedrukt jullie hadden afgedrukt zij hadden afgedrukt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afdrukken jij zult afdrukken hij zal afdrukken wij zullen afdrukken jullie zullen afdrukken zij zullen afdrukken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgedrukt hebben jij zult afgedrukt hebben hij zal afgedrukt hebben wij zullen afgedrukt hebben jullie zullen afgedrukt hebben zij zullen afgedrukt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afdrukken jij zou afdrukken hij zou afdrukken wij zouden afdrukken jullie zouden afdrukken zij zouden afdrukken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgedrukt hebben jij zou afgedrukt hebben hij zou afgedrukt hebben wij zouden afgedrukt hebben jullie zouden afgedrukt hebben zij zouden afgedrukt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
druk af
|