NL: afdragenSynoniemen: afslijten, overdragen, verslijten, verteren, slijten
DE: das Abtragen, das Kleidern abtragen
EN: the wearing out
ES: el desgastar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgedragen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik draag af jij draagt af hij draagt af wij dragen af jullie dragen af zij dragen af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgedragen jij hebt afgedragen hij heeft afgedragen wij hebben afgedragen jullie hebben afgedragen zij hebben afgedragen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik droeg af jij droeg af hij droeg af wij droegen af jullie droegen af zij droegen af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgedragen jij had afgedragen hij had afgedragen wij hadden afgedragen jullie hadden afgedragen zij hadden afgedragen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afdragen jij zult afdragen hij zal afdragen wij zullen afdragen jullie zullen afdragen zij zullen afdragen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgedragen hebben jij zult afgedragen hebben hij zal afgedragen hebben wij zullen afgedragen hebben jullie zullen afgedragen hebben zij zullen afgedragen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afdragen jij zou afdragen hij zou afdragen wij zouden afdragen jullie zouden afdragen zij zouden afdragen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgedragen hebben jij zou afgedragen hebben hij zou afgedragen hebben wij zouden afgedragen hebben jullie zouden afgedragen hebben zij zouden afgedragen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
draag af
|