NL: afdraaienSynoniemen: afhouden, afslaan, draaien, opdreunen, wegdraaien, pareren, afkeren, afzwenken, afwenden
DE: abdrehen
EN: turn off, turn away
ES: torcer
FR: projeter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgedraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik draai af jij draait af hij draait af wij draaien af jullie draaien af zij draaien af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgedraaid jij hebt afgedraaid hij heeft afgedraaid wij hebben afgedraaid jullie hebben afgedraaid zij hebben afgedraaid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik draaide af jij draaide af hij draaide af wij draaiden af jullie draaiden af zij draaiden af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgedraaid jij had afgedraaid hij had afgedraaid wij hadden afgedraaid jullie hadden afgedraaid zij hadden afgedraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afdraaien jij zult afdraaien hij zal afdraaien wij zullen afdraaien jullie zullen afdraaien zij zullen afdraaien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgedraaid hebben jij zult afgedraaid hebben hij zal afgedraaid hebben wij zullen afgedraaid hebben jullie zullen afgedraaid hebben zij zullen afgedraaid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afdraaien jij zou afdraaien hij zou afdraaien wij zouden afdraaien jullie zouden afdraaien zij zouden afdraaien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgedraaid hebben jij zou afgedraaid hebben hij zou afgedraaid hebben wij zouden afgedraaid hebben jullie zouden afgedraaid hebben zij zouden afgedraaid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
draai af
|