NL: afboekenSynoniemen: afschrijven, boeken, overboeken
EN: write off
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgeboekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik boek af jij boekt af hij boekt af wij boeken af jullie boeken af zij boeken af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgeboekt jij hebt afgeboekt hij heeft afgeboekt wij hebben afgeboekt jullie hebben afgeboekt zij hebben afgeboekt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik boekte af jij boekte af hij boekte af wij boekten af jullie boekten af zij boekten af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgeboekt jij had afgeboekt hij had afgeboekt wij hadden afgeboekt jullie hadden afgeboekt zij hadden afgeboekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afboeken jij zult afboeken hij zal afboeken wij zullen afboeken jullie zullen afboeken zij zullen afboeken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgeboekt hebben jij zult afgeboekt hebben hij zal afgeboekt hebben wij zullen afgeboekt hebben jullie zullen afgeboekt hebben zij zullen afgeboekt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afboeken jij zou afboeken hij zou afboeken wij zouden afboeken jullie zouden afboeken zij zouden afboeken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgeboekt hebben jij zou afgeboekt hebben hij zou afgeboekt hebben wij zouden afgeboekt hebben jullie zouden afgeboekt hebben zij zouden afgeboekt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
boek af
|