Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afblazen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afblazen
Synoniemen: affluiten, afgelasten, wegblazen, afzeggen

DE: abblasen
EN: blow off
FR: souffler sur quelque chose pour l'enlever, siffler à la fin de la partie

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgeblazen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik blaas af
jij blaast af
hij blaast af
wij blazen af
jullie blazen af
zij blazen af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgeblazen
jij hebt afgeblazen
hij heeft afgeblazen
wij hebben afgeblazen
jullie hebben afgeblazen
zij hebben afgeblazen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik blies af
jij blies af
hij blies af
wij bliezen af
jullie bliezen af
zij bliezen af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgeblazen
jij had afgeblazen
hij had afgeblazen
wij hadden afgeblazen
jullie hadden afgeblazen
zij hadden afgeblazen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afblazen
jij zult afblazen
hij zal afblazen
wij zullen afblazen
jullie zullen afblazen
zij zullen afblazen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgeblazen hebben
jij zult afgeblazen hebben
hij zal afgeblazen hebben
wij zullen afgeblazen hebben
jullie zullen afgeblazen hebben
zij zullen afgeblazen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afblazen
jij zou afblazen
hij zou afblazen
wij zouden afblazen
jullie zouden afblazen
zij zouden afblazen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgeblazen hebben
jij zou afgeblazen hebben
hij zou afgeblazen hebben
wij zouden afgeblazen hebben
jullie zouden afgeblazen hebben
zij zouden afgeblazen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
blaas af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afblazen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English