NL: afblaffenSynoniemen: toesnauwen, snauwen, afsnauwen, afbekken, toebijten
EN: afblaffen (toesnauwen): snap, snarl, snipe, shout at, shout down
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgeblaft
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik blaf af jij blaft af hij blaft af wij blaffen af jullie blaffen af zij blaffen af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgeblaft jij hebt afgeblaft hij heeft afgeblaft wij hebben afgeblaft jullie hebben afgeblaft zij hebben afgeblaft
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik blafte af jij blafte af hij blafte af wij blaften af jullie blaften af zij blaften af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgeblaft jij had afgeblaft hij had afgeblaft wij hadden afgeblaft jullie hadden afgeblaft zij hadden afgeblaft
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afblaffen jij zult afblaffen hij zal afblaffen wij zullen afblaffen jullie zullen afblaffen zij zullen afblaffen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgeblaft hebben jij zult afgeblaft hebben hij zal afgeblaft hebben wij zullen afgeblaft hebben jullie zullen afgeblaft hebben zij zullen afgeblaft hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afblaffen jij zou afblaffen hij zou afblaffen wij zouden afblaffen jullie zouden afblaffen zij zouden afblaffen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgeblaft hebben jij zou afgeblaft hebben hij zou afgeblaft hebben wij zouden afgeblaft hebben jullie zouden afgeblaft hebben zij zouden afgeblaft hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
blaf af
|