Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

afblaffen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: afblaffen
Synoniemen: toesnauwen, snauwen, afsnauwen, afbekken, toebijten

EN: afblaffen (toesnauwen): snap, snarl, snipe, shout at, shout down

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
afgeblaft
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik blaf af
jij blaft af
hij blaft af
wij blaffen af
jullie blaffen af
zij blaffen af
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb afgeblaft
jij hebt afgeblaft
hij heeft afgeblaft
wij hebben afgeblaft
jullie hebben afgeblaft
zij hebben afgeblaft
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik blafte af
jij blafte af
hij blafte af
wij blaften af
jullie blaften af
zij blaften af
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had afgeblaft
jij had afgeblaft
hij had afgeblaft
wij hadden afgeblaft
jullie hadden afgeblaft
zij hadden afgeblaft
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal afblaffen
jij zult afblaffen
hij zal afblaffen
wij zullen afblaffen
jullie zullen afblaffen
zij zullen afblaffen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal afgeblaft hebben
jij zult afgeblaft hebben
hij zal afgeblaft hebben
wij zullen afgeblaft hebben
jullie zullen afgeblaft hebben
zij zullen afgeblaft hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou afblaffen
jij zou afblaffen
hij zou afblaffen
wij zouden afblaffen
jullie zouden afblaffen
zij zouden afblaffen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou afgeblaft hebben
jij zou afgeblaft hebben
hij zou afgeblaft hebben
wij zouden afgeblaft hebben
jullie zouden afgeblaft hebben
zij zouden afgeblaft hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
blaf af

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/afblaffen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English