NL: afbeeldenSynoniemen: portretteren, schetsen, afbeelding, afschilderen, beeld, portret, prent, scene, tafereel, tekenen, schilderen
DE: die Abbildung, das Bild, das Porträt, das Bildnis, der Konterfei, das Abbilden
EN: the image, the picture, the portrait
ES: el retrato, el pintado, el grabado, la representación
FR: la image, la scène, la représentation, le tableau, le portrait, la effigie
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
afgebeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beeld af jij beeldt af hij beeldt af wij beelden af jullie beelden af zij beelden af
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb afgebeeld jij hebt afgebeeld hij heeft afgebeeld wij hebben afgebeeld jullie hebben afgebeeld zij hebben afgebeeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beeldde af jij beeldde af hij beeldde af wij beeldden af jullie beeldden af zij beeldden af
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had afgebeeld jij had afgebeeld hij had afgebeeld wij hadden afgebeeld jullie hadden afgebeeld zij hadden afgebeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal afbeelden jij zult afbeelden hij zal afbeelden wij zullen afbeelden jullie zullen afbeelden zij zullen afbeelden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal afgebeeld hebben jij zult afgebeeld hebben hij zal afgebeeld hebben wij zullen afgebeeld hebben jullie zullen afgebeeld hebben zij zullen afgebeeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou afbeelden jij zou afbeelden hij zou afbeelden wij zouden afbeelden jullie zouden afbeelden zij zouden afbeelden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou afgebeeld hebben jij zou afgebeeld hebben hij zou afgebeeld hebben wij zouden afgebeeld hebben jullie zouden afgebeeld hebben zij zouden afgebeeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beeld af
|