NL: aerobiccen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geaerobict
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik aerobic jij aerobict hij aerobict wij aerobiccen jullie aerobiccen zij aerobiccen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geaerobict jij hebt geaerobict hij heeft geaerobict wij hebben geaerobict jullie hebben geaerobict zij hebben geaerobict
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik aerobicte jij aerobicte hij aerobicte wij aerobicten jullie aerobicten zij aerobicten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geaerobict jij had geaerobict hij had geaerobict wij hadden geaerobict jullie hadden geaerobict zij hadden geaerobict
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aerobiccen jij zult aerobiccen hij zal aerobiccen wij zullen aerobiccen jullie zullen aerobiccen zij zullen aerobiccen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geaerobict hebben jij zult geaerobict hebben hij zal geaerobict hebben wij zullen geaerobict hebben jullie zullen geaerobict hebben zij zullen geaerobict hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aerobiccen jij zou aerobiccen hij zou aerobiccen wij zouden aerobiccen jullie zouden aerobiccen zij zouden aerobiccen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geaerobict hebben jij zou geaerobict hebben hij zou geaerobict hebben wij zouden geaerobict hebben jullie zouden geaerobict hebben zij zouden geaerobict hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
aerobic
|