NL: actualiserenSynoniemen: bijwerken
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geactualiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik actualiseer jij actualiseert hij actualiseert wij actualiseren jullie actualiseren zij actualiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geactualiseerd jij hebt geactualiseerd hij heeft geactualiseerd wij hebben geactualiseerd jullie hebben geactualiseerd zij hebben geactualiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik actualiseerde jij actualiseerde hij actualiseerde wij actualiseerden jullie actualiseerden zij actualiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geactualiseerd jij had geactualiseerd hij had geactualiseerd wij hadden geactualiseerd jullie hadden geactualiseerd zij hadden geactualiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal actualiseren jij zult actualiseren hij zal actualiseren wij zullen actualiseren jullie zullen actualiseren zij zullen actualiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geactualiseerd hebben jij zult geactualiseerd hebben hij zal geactualiseerd hebben wij zullen geactualiseerd hebben jullie zullen geactualiseerd hebben zij zullen geactualiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou actualiseren jij zou actualiseren hij zou actualiseren wij zouden actualiseren jullie zouden actualiseren zij zouden actualiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geactualiseerd hebben jij zou geactualiseerd hebben hij zou geactualiseerd hebben wij zouden geactualiseerd hebben jullie zouden geactualiseerd hebben zij zouden geactualiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
actualiseer
|