NL: achteruitgaanSynoniemen: achteruitlopen, afbrokkelen, afnemen, declineren, degenereren, ontaarden, terugdeinzen, vergaan, verworden, verderven, zinken, wegrotten, verteren, verrotten, teruggaan, tenondergaan, instorten, bezwijken, minworden, terugwijken, terugschrikken, achteruit
EN: decline, waining, regress
ES: disminuir, regresar, rebajar, remover, bajar, llevarse, ahorrar, vencer, robar, desaparecer, reducir, descender, recortar, menguar, decaer
FR: réduire, décliner, se restreindre, baisser, diminuer, régresser, décroître, amoindrir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
achteruitgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ga achteruit jij gaat achteruit hij gaat achteruit wij gaan achteruit jullie gaan achteruit zij gaan achteruit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben achteruitgegaan jij bent achteruitgegaan hij is achteruitgegaan wij zijn achteruitgegaan jullie zijn achteruitgegaan zij zijn achteruitgegaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ging achteruit jij ging achteruit hij ging achteruit wij gingen achteruit jullie gingen achteruit zij gingen achteruit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was achteruitgegaan jij was achteruitgegaan hij was achteruitgegaan wij waren achteruitgegaan jullie waren achteruitgegaan zij waren achteruitgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal achteruitgaan jij zult achteruitgaan hij zal achteruitgaan wij zullen achteruitgaan jullie zullen achteruitgaan zij zullen achteruitgaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal achteruitgegaan zijn jij zult achteruitgegaan zijn hij zal achteruitgegaan zijn wij zullen achteruitgegaan zijn jullie zullen achteruitgegaan zijn zij zullen achteruitgegaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou achteruitgaan jij zou achteruitgaan hij zou achteruitgaan wij zouden achteruitgaan jullie zouden achteruitgaan zij zouden achteruitgaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou achteruitgegaan zijn jij zou achteruitgegaan zijn hij zou achteruitgegaan zijn wij zouden achteruitgegaan zijn jullie zouden achteruitgegaan zijn zij zouden achteruitgegaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ga achteruit
|