NL: accuseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geaccuseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik accuseer jij accuseert hij accuseert wij accuseren jullie accuseren zij accuseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geaccuseerd jij hebt geaccuseerd hij heeft geaccuseerd wij hebben geaccuseerd jullie hebben geaccuseerd zij hebben geaccuseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik accuseerde jij accuseerde hij accuseerde wij accuseerden jullie accuseerden zij accuseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geaccuseerd jij had geaccuseerd hij had geaccuseerd wij hadden geaccuseerd jullie hadden geaccuseerd zij hadden geaccuseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal accuseren jij zult accuseren hij zal accuseren wij zullen accuseren jullie zullen accuseren zij zullen accuseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geaccuseerd hebben jij zult geaccuseerd hebben hij zal geaccuseerd hebben wij zullen geaccuseerd hebben jullie zullen geaccuseerd hebben zij zullen geaccuseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou accuseren jij zou accuseren hij zou accuseren wij zouden accuseren jullie zouden accuseren zij zouden accuseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geaccuseerd hebben jij zou geaccuseerd hebben hij zou geaccuseerd hebben wij zouden geaccuseerd hebben jullie zouden geaccuseerd hebben zij zouden geaccuseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
accuseer
|