NL: accommoderenSynoniemen: onderbrengen, huizen, huisvesten, herbergen
DE: anpassen, akkomodieren
EN: accomodate
ES: enfocar
FR: accomoder
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geaccommodeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik accommodeer jij accommodeert hij accommodeert wij accommoderen jullie accommoderen zij accommoderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geaccommodeerd jij hebt geaccommodeerd hij heeft geaccommodeerd wij hebben geaccommodeerd jullie hebben geaccommodeerd zij hebben geaccommodeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik accommodeerde jij accommodeerde hij accommodeerde wij accommodeerden jullie accommodeerden zij accommodeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geaccommodeerd jij had geaccommodeerd hij had geaccommodeerd wij hadden geaccommodeerd jullie hadden geaccommodeerd zij hadden geaccommodeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal accommoderen jij zult accommoderen hij zal accommoderen wij zullen accommoderen jullie zullen accommoderen zij zullen accommoderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geaccommodeerd hebben jij zult geaccommodeerd hebben hij zal geaccommodeerd hebben wij zullen geaccommodeerd hebben jullie zullen geaccommodeerd hebben zij zullen geaccommodeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou accommoderen jij zou accommoderen hij zou accommoderen wij zouden accommoderen jullie zouden accommoderen zij zouden accommoderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geaccommodeerd hebben jij zou geaccommodeerd hebben hij zou geaccommodeerd hebben wij zouden geaccommodeerd hebben jullie zouden geaccommodeerd hebben zij zouden geaccommodeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
accommodeer
|