NL: acclimatiserenSynoniemen: wennen
EN: acclimatize, get acclimatized
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geacclimatiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik acclimatiseer jij acclimatiseert hij acclimatiseert wij acclimatiseren jullie acclimatiseren zij acclimatiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geacclimatiseerd jij hebt geacclimatiseerd hij heeft geacclimatiseerd wij hebben geacclimatiseerd jullie hebben geacclimatiseerd zij hebben geacclimatiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik acclimatiseerde jij acclimatiseerde hij acclimatiseerde wij acclimatiseerden jullie acclimatiseerden zij acclimatiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geacclimatiseerd jij had geacclimatiseerd hij had geacclimatiseerd wij hadden geacclimatiseerd jullie hadden geacclimatiseerd zij hadden geacclimatiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal acclimatiseren jij zult acclimatiseren hij zal acclimatiseren wij zullen acclimatiseren jullie zullen acclimatiseren zij zullen acclimatiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geacclimatiseerd hebben jij zult geacclimatiseerd hebben hij zal geacclimatiseerd hebben wij zullen geacclimatiseerd hebben jullie zullen geacclimatiseerd hebben zij zullen geacclimatiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou acclimatiseren jij zou acclimatiseren hij zou acclimatiseren wij zouden acclimatiseren jullie zouden acclimatiseren zij zouden acclimatiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geacclimatiseerd hebben jij zou geacclimatiseerd hebben hij zou geacclimatiseerd hebben wij zouden geacclimatiseerd hebben jullie zouden geacclimatiseerd hebben zij zouden geacclimatiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
acclimatiseer
|