Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

accentueren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: accentueren
Synoniemen: beklemtonen, benadrukken, verduidelijken, verklaren, verhelderen, toelichten, opklaren, ophelderen, belichten

DE: akzentuieren, betonen
EN: emphasise, underline, urge on, tear
ES: destacar, poner énfasis, subrayar, acentuar, recalcar
FR: souligner, accentuer, insister, accroître, marteler, faire ressortir, appuyer sur, mettre l'accent sur

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geaccentueerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik accentueer
jij accentueert
hij accentueert
wij accentueren
jullie accentueren
zij accentueren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geaccentueerd
jij hebt geaccentueerd
hij heeft geaccentueerd
wij hebben geaccentueerd
jullie hebben geaccentueerd
zij hebben geaccentueerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik accentueerde
jij accentueerde
hij accentueerde
wij accentueerden
jullie accentueerden
zij accentueerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geaccentueerd
jij had geaccentueerd
hij had geaccentueerd
wij hadden geaccentueerd
jullie hadden geaccentueerd
zij hadden geaccentueerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal accentueren
jij zult accentueren
hij zal accentueren
wij zullen accentueren
jullie zullen accentueren
zij zullen accentueren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geaccentueerd hebben
jij zult geaccentueerd hebben
hij zal geaccentueerd hebben
wij zullen geaccentueerd hebben
jullie zullen geaccentueerd hebben
zij zullen geaccentueerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou accentueren
jij zou accentueren
hij zou accentueren
wij zouden accentueren
jullie zouden accentueren
zij zouden accentueren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geaccentueerd hebben
jij zou geaccentueerd hebben
hij zou geaccentueerd hebben
wij zouden geaccentueerd hebben
jullie zouden geaccentueerd hebben
zij zouden geaccentueerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
accentueer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/accentueren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English