NL: aborterenSynoniemen: afdrijven, stilhouden, mislukken, stoppen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geaborteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik aborteer jij aborteert hij aborteert wij aborteren jullie aborteren zij aborteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geaborteerd jij hebt geaborteerd hij heeft geaborteerd wij hebben geaborteerd jullie hebben geaborteerd zij hebben geaborteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik aborteerde jij aborteerde hij aborteerde wij aborteerden jullie aborteerden zij aborteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geaborteerd jij had geaborteerd hij had geaborteerd wij hadden geaborteerd jullie hadden geaborteerd zij hadden geaborteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aborteren jij zult aborteren hij zal aborteren wij zullen aborteren jullie zullen aborteren zij zullen aborteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geaborteerd hebben jij zult geaborteerd hebben hij zal geaborteerd hebben wij zullen geaborteerd hebben jullie zullen geaborteerd hebben zij zullen geaborteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aborteren jij zou aborteren hij zou aborteren wij zouden aborteren jullie zouden aborteren zij zouden aborteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geaborteerd hebben jij zou geaborteerd hebben hij zou geaborteerd hebben wij zouden geaborteerd hebben jullie zouden geaborteerd hebben zij zouden geaborteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
aborteer
|