NL: abduceren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geabduceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik abduceer jij abduceert hij abduceert wij abduceren jullie abduceren zij abduceren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geabduceerd jij hebt geabduceerd hij heeft geabduceerd wij hebben geabduceerd jullie hebben geabduceerd zij hebben geabduceerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik abduceerde jij abduceerde hij abduceerde wij abduceerden jullie abduceerden zij abduceerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geabduceerd jij had geabduceerd hij had geabduceerd wij hadden geabduceerd jullie hadden geabduceerd zij hadden geabduceerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal abduceren jij zult abduceren hij zal abduceren wij zullen abduceren jullie zullen abduceren zij zullen abduceren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geabduceerd hebben jij zult geabduceerd hebben hij zal geabduceerd hebben wij zullen geabduceerd hebben jullie zullen geabduceerd hebben zij zullen geabduceerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou abduceren jij zou abduceren hij zou abduceren wij zouden abduceren jullie zouden abduceren zij zouden abduceren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geabduceerd hebben jij zou geabduceerd hebben hij zou geabduceerd hebben wij zouden geabduceerd hebben jullie zouden geabduceerd hebben zij zouden geabduceerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
abduceer
|