Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

aarzelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: aarzelen
Synoniemen: dralen, dubben, talmen, twijfelen, weifelen, zeuren, zeiken, zaniken, teuten, hannesen, druilen, drentelen, treuzelen

DE: zögern, zweifeln, verzögern, aufschieben, schwanken, grübeln, wanken, zaudern, hinausschieben, unschlüssig sein, unschlüssig warten
EN: hesitate, doubt, linger, defer, waver, delay, deter, tarry, brood over
ES: aplazar, demorarse, demorar
FR: hésiter, tarder, douter, traînasser, traîner, tergiverser, lambiner, traînailler, être indécis

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geaarzeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik aarzel
jij aarzelt
hij aarzelt
wij aarzelen
jullie aarzelen
zij aarzelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geaarzeld
jij hebt geaarzeld
hij heeft geaarzeld
wij hebben geaarzeld
jullie hebben geaarzeld
zij hebben geaarzeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik aarzelde
jij aarzelde
hij aarzelde
wij aarzelden
jullie aarzelden
zij aarzelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geaarzeld
jij had geaarzeld
hij had geaarzeld
wij hadden geaarzeld
jullie hadden geaarzeld
zij hadden geaarzeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal aarzelen
jij zult aarzelen
hij zal aarzelen
wij zullen aarzelen
jullie zullen aarzelen
zij zullen aarzelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geaarzeld hebben
jij zult geaarzeld hebben
hij zal geaarzeld hebben
wij zullen geaarzeld hebben
jullie zullen geaarzeld hebben
zij zullen geaarzeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou aarzelen
jij zou aarzelen
hij zou aarzelen
wij zouden aarzelen
jullie zouden aarzelen
zij zouden aarzelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geaarzeld hebben
jij zou geaarzeld hebben
hij zou geaarzeld hebben
wij zouden geaarzeld hebben
jullie zouden geaarzeld hebben
zij zouden geaarzeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
aarzel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/aarzelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English