NL: aardenSynoniemen: gedijen, gewendraken, gronden, wennen, aanpassen
DE: erden
EN: ground, earthen
ES: fundar, fundamentar, echar raíces, basar en
FR: fonder, établir, baser, s'établir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik aard jij aardt hij aardt wij aarden jullie aarden zij aarden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geaard jij hebt geaard hij heeft geaard wij hebben geaard jullie hebben geaard zij hebben geaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik aardde jij aardde hij aardde wij aardden jullie aardden zij aardden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geaard jij had geaard hij had geaard wij hadden geaard jullie hadden geaard zij hadden geaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aarden jij zult aarden hij zal aarden wij zullen aarden jullie zullen aarden zij zullen aarden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geaard hebben jij zult geaard hebben hij zal geaard hebben wij zullen geaard hebben jullie zullen geaard hebben zij zullen geaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aarden jij zou aarden hij zou aarden wij zouden aarden jullie zouden aarden zij zouden aarden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geaard hebben jij zou geaard hebben hij zou geaard hebben wij zouden geaard hebben jullie zouden geaard hebben zij zouden geaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
aard
|