NL: aanzoekenSynoniemen: aanvragen, uitnodigen, verzoeken, vragen
ES: pedir, rogar, solicitar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangezocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zoek aan jij zoekt aan hij zoekt aan wij zoeken aan jullie zoeken aan zij zoeken aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangezocht jij hebt aangezocht hij heeft aangezocht wij hebben aangezocht jullie hebben aangezocht zij hebben aangezocht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zocht aan jij zocht aan hij zocht aan wij zochten aan jullie zochten aan zij zochten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangezocht jij had aangezocht hij had aangezocht wij hadden aangezocht jullie hadden aangezocht zij hadden aangezocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanzoeken jij zult aanzoeken hij zal aanzoeken wij zullen aanzoeken jullie zullen aanzoeken zij zullen aanzoeken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangezocht hebben jij zult aangezocht hebben hij zal aangezocht hebben wij zullen aangezocht hebben jullie zullen aangezocht hebben zij zullen aangezocht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanzoeken jij zou aanzoeken hij zou aanzoeken wij zouden aanzoeken jullie zouden aanzoeken zij zouden aanzoeken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangezocht hebben jij zou aangezocht hebben hij zou aangezocht hebben wij zouden aangezocht hebben jullie zouden aangezocht hebben zij zouden aangezocht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zoek aan
|