NL: aanzienSynoniemen: aanblikken, aankijken, afwachten, beschouwen, dulden, vermoeden, aanblik, achting, allure, eminentie, exterieur, niveau, prestige, uiterlijk, velen, uitstaan, tolereren, toelaten, pikken, ondergaan, lijden, doorstaan, verhevenheid, verheffing, hoogheid, g
DE: der Ruf, die Ehre, der Name
EN: the distinction, the reputation, the rank, the standing, the renown
ES: la reputación, el prestigio, el respeto
FR: la réputation, la notoriété, la considération, le prestige, la renommée
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangezien
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zie aan jij ziet aan hij ziet aan wij zien aan jullie zien aan zij zien aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangezien jij hebt aangezien hij heeft aangezien wij hebben aangezien jullie hebben aangezien zij hebben aangezien
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zag aan jij zag aan hij zag aan wij zagen aan jullie zagen aan zij zagen aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangezien jij had aangezien hij had aangezien wij hadden aangezien jullie hadden aangezien zij hadden aangezien
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanzien jij zult aanzien hij zal aanzien wij zullen aanzien jullie zullen aanzien zij zullen aanzien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangezien hebben jij zult aangezien hebben hij zal aangezien hebben wij zullen aangezien hebben jullie zullen aangezien hebben zij zullen aangezien hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanzien jij zou aanzien hij zou aanzien wij zouden aanzien jullie zouden aanzien zij zouden aanzien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangezien hebben jij zou aangezien hebben hij zou aangezien hebben wij zouden aangezien hebben jullie zouden aangezien hebben zij zouden aangezien hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zie aan
|