Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

aanvliegen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: aanvliegen
Synoniemen: aanvallen, naderen

EN: aanvliegen (naderen): approach, fly at

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
aangevlogen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik vlieg aan
jij vliegt aan
hij vliegt aan
wij vliegen aan
jullie vliegen aan
zij vliegen aan
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb aangevlogen
jij hebt aangevlogen
hij heeft aangevlogen
wij hebben aangevlogen
jullie hebben aangevlogen
zij hebben aangevlogen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik vloog aan
jij vloog aan
hij vloog aan
wij vlogen aan
jullie vlogen aan
zij vlogen aan
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had aangevlogen
jij had aangevlogen
hij had aangevlogen
wij hadden aangevlogen
jullie hadden aangevlogen
zij hadden aangevlogen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal aanvliegen
jij zult aanvliegen
hij zal aanvliegen
wij zullen aanvliegen
jullie zullen aanvliegen
zij zullen aanvliegen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal aangevlogen hebben
jij zult aangevlogen hebben
hij zal aangevlogen hebben
wij zullen aangevlogen hebben
jullie zullen aangevlogen hebben
zij zullen aangevlogen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou aanvliegen
jij zou aanvliegen
hij zou aanvliegen
wij zouden aanvliegen
jullie zouden aanvliegen
zij zouden aanvliegen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou aangevlogen hebben
jij zou aangevlogen hebben
hij zou aangevlogen hebben
wij zouden aangevlogen hebben
jullie zouden aangevlogen hebben
zij zouden aangevlogen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
vlieg aan

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/aanvliegen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English