NL: aanvechtenSynoniemen: aanvallen, bestrijden, betwisten
EN: dispute, challenge, contest, question
ES: impugnar, cuestionar, atacar
FR: disputer, attaquer, contester
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangevochten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vecht aan jij vecht aan hij vecht aan wij vechten aan jullie vechten aan zij vechten aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangevochten jij hebt aangevochten hij heeft aangevochten wij hebben aangevochten jullie hebben aangevochten zij hebben aangevochten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vocht aan jij vocht aan hij vocht aan wij vochten aan jullie vochten aan zij vochten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangevochten jij had aangevochten hij had aangevochten wij hadden aangevochten jullie hadden aangevochten zij hadden aangevochten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanvechten jij zult aanvechten hij zal aanvechten wij zullen aanvechten jullie zullen aanvechten zij zullen aanvechten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangevochten hebben jij zult aangevochten hebben hij zal aangevochten hebben wij zullen aangevochten hebben jullie zullen aangevochten hebben zij zullen aangevochten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanvechten jij zou aanvechten hij zou aanvechten wij zouden aanvechten jullie zouden aanvechten zij zouden aanvechten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangevochten hebben jij zou aangevochten hebben hij zou aangevochten hebben wij zouden aangevochten hebben jullie zouden aangevochten hebben zij zouden aangevochten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vecht aan
|