NL: aanvangenSynoniemen: aanbreken, aangaan, aanknopen, aanvaarden, beginnen, intreden, starten,
DE: anfangen, beginnen, starten, einsetzen, aufnehmen, anheben
EN: begin, commence, start, take off, take on, undertake, set up, start to, strike up, set in motion
ES: empezar, comenzar, iniciar, entrar en, emprender, arrancar, ponerse en marcha, activarse, despegar, ponerse en movimiento
FR: commencer à, commencer, lancer, démarrer, faire, prendre, entamer, envoyer, partir, débuter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangevangen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vang aan jij vangt aan hij vangt aan wij vangen aan jullie vangen aan zij vangen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangevangen jij hebt aangevangen hij heeft aangevangen wij hebben aangevangen jullie hebben aangevangen zij hebben aangevangen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ving aan jij ving aan hij ving aan wij vingen aan jullie vingen aan zij vingen aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangevangen jij had aangevangen hij had aangevangen wij hadden aangevangen jullie hadden aangevangen zij hadden aangevangen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanvangen jij zult aanvangen hij zal aanvangen wij zullen aanvangen jullie zullen aanvangen zij zullen aanvangen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangevangen hebben jij zult aangevangen hebben hij zal aangevangen hebben wij zullen aangevangen hebben jullie zullen aangevangen hebben zij zullen aangevangen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanvangen jij zou aanvangen hij zou aanvangen wij zouden aanvangen jullie zouden aanvangen zij zouden aanvangen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangevangen hebben jij zou aangevangen hebben hij zou aangevangen hebben wij zouden aangevangen hebben jullie zouden aangevangen hebben zij zouden aangevangen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vang aan
|