NL: aanvaardenSynoniemen: aangaan, aannemen, accepteren, aanvaarding, acceptatie, ontvangen
DE: akzeptieren, hinnehmen
EN: accept, abide, take on, take possession of, take
ES: aceptar, recibir, acotar
FR: accepter, admettre, assumer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aanvaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik aanvaard jij aanvaardt hij aanvaardt wij aanvaarden jullie aanvaarden zij aanvaarden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aanvaard jij hebt aanvaard hij heeft aanvaard wij hebben aanvaard jullie hebben aanvaard zij hebben aanvaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik aanvaardde jij aanvaardde hij aanvaardde wij aanvaardden jullie aanvaardden zij aanvaardden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aanvaard jij had aanvaard hij had aanvaard wij hadden aanvaard jullie hadden aanvaard zij hadden aanvaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanvaarden jij zult aanvaarden hij zal aanvaarden wij zullen aanvaarden jullie zullen aanvaarden zij zullen aanvaarden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aanvaard hebben jij zult aanvaard hebben hij zal aanvaard hebben wij zullen aanvaard hebben jullie zullen aanvaard hebben zij zullen aanvaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanvaarden jij zou aanvaarden hij zou aanvaarden wij zouden aanvaarden jullie zouden aanvaarden zij zouden aanvaarden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aanvaard hebben jij zou aanvaard hebben hij zou aanvaard hebben wij zouden aanvaard hebben jullie zouden aanvaard hebben zij zouden aanvaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
aanvaard
|