NL: aantredenSynoniemen: toetreden, begin, aanvaarding
DE: zutreten, antreten
EN: enter, step off, line up, fall in
FR: se rassembler, se dépêcher, s'approcher, s'alligner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangetreden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik treed aan jij treedt aan hij treedt aan wij treden aan jullie treden aan zij treden aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangetreden jij hebt aangetreden hij heeft aangetreden wij hebben aangetreden jullie hebben aangetreden zij hebben aangetreden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik trad aan jij trad aan hij trad aan wij traden aan jullie traden aan zij traden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangetreden jij had aangetreden hij had aangetreden wij hadden aangetreden jullie hadden aangetreden zij hadden aangetreden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aantreden jij zult aantreden hij zal aantreden wij zullen aantreden jullie zullen aantreden zij zullen aantreden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangetreden hebben jij zult aangetreden hebben hij zal aangetreden hebben wij zullen aangetreden hebben jullie zullen aangetreden hebben zij zullen aangetreden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aantreden jij zou aantreden hij zou aantreden wij zouden aantreden jullie zouden aantreden zij zouden aantreden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangetreden hebben jij zou aangetreden hebben hij zou aangetreden hebben wij zouden aangetreden hebben jullie zouden aangetreden hebben zij zouden aangetreden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
treed aan
|