NL: aantonenSynoniemen: aanduiden, aanwijzen, bewijzen, demonstreren, staven
DE: aantonen (bewijzen): beweisen, vorzeigen, erweisen, nachweisen, belegen, aufzeigen, vorweisen
EN: aantonen (bewijzen): prove, verify, demonstrate, justify
ES: aantonen (bewijzen): demostrar, evidenciar, comprobar
FR: aantonen (bewijzen): prouver, démontrer, mettre en evidence, vérifier, montrer, confirmer, attester, faire ses preuves, justifier, manifester
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangetoond
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik toon aan jij toont aan hij toont aan wij tonen aan jullie tonen aan zij tonen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangetoond jij hebt aangetoond hij heeft aangetoond wij hebben aangetoond jullie hebben aangetoond zij hebben aangetoond
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik toonde aan jij toonde aan hij toonde aan wij toonden aan jullie toonden aan zij toonden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangetoond jij had aangetoond hij had aangetoond wij hadden aangetoond jullie hadden aangetoond zij hadden aangetoond
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aantonen jij zult aantonen hij zal aantonen wij zullen aantonen jullie zullen aantonen zij zullen aantonen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangetoond hebben jij zult aangetoond hebben hij zal aangetoond hebben wij zullen aangetoond hebben jullie zullen aangetoond hebben zij zullen aangetoond hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aantonen jij zou aantonen hij zou aantonen wij zouden aantonen jullie zouden aantonen zij zouden aantonen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangetoond hebben jij zou aangetoond hebben hij zou aangetoond hebben wij zouden aangetoond hebben jullie zouden aangetoond hebben zij zouden aangetoond hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
toon aan
|