NL: aanstippenSynoniemen: aanraken, aanroeren, tippen, aankondigen, aanduiden, aantippen
EN: tick, tick off
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangestipt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stip aan jij stipt aan hij stipt aan wij stippen aan jullie stippen aan zij stippen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangestipt jij hebt aangestipt hij heeft aangestipt wij hebben aangestipt jullie hebben aangestipt zij hebben aangestipt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stipte aan jij stipte aan hij stipte aan wij stipten aan jullie stipten aan zij stipten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangestipt jij had aangestipt hij had aangestipt wij hadden aangestipt jullie hadden aangestipt zij hadden aangestipt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanstippen jij zult aanstippen hij zal aanstippen wij zullen aanstippen jullie zullen aanstippen zij zullen aanstippen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangestipt hebben jij zult aangestipt hebben hij zal aangestipt hebben wij zullen aangestipt hebben jullie zullen aangestipt hebben zij zullen aangestipt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanstippen jij zou aanstippen hij zou aanstippen wij zouden aanstippen jullie zouden aanstippen zij zouden aanstippen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangestipt hebben jij zou aangestipt hebben hij zou aangestipt hebben wij zouden aangestipt hebben jullie zouden aangestipt hebben zij zouden aangestipt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stip aan
|