NL: aanstekenSynoniemen: aandoen, aanmaken, bederven, besmetten, besmetting, aanstrijken, ontsteken, opsteken
DE: aansteken (besmetten): infizieren, anstecken, verseuchen
EN: aansteken (besmetten): contaminate, infect, poison
ES: aansteken (besmetten): contaminar, infectar, contagiar
FR: aansteken (besmetten): contaminer, infecter, souiller, transmettre, communiquer, intoxiquer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangestoken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik steek aan jij steekt aan hij steekt aan wij steken aan jullie steken aan zij steken aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangestoken jij hebt aangestoken hij heeft aangestoken wij hebben aangestoken jullie hebben aangestoken zij hebben aangestoken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stak aan jij stak aan hij stak aan wij staken aan jullie staken aan zij staken aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangestoken jij had aangestoken hij had aangestoken wij hadden aangestoken jullie hadden aangestoken zij hadden aangestoken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aansteken jij zult aansteken hij zal aansteken wij zullen aansteken jullie zullen aansteken zij zullen aansteken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangestoken hebben jij zult aangestoken hebben hij zal aangestoken hebben wij zullen aangestoken hebben jullie zullen aangestoken hebben zij zullen aangestoken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aansteken jij zou aansteken hij zou aansteken wij zouden aansteken jullie zouden aansteken zij zouden aansteken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangestoken hebben jij zou aangestoken hebben hij zou aangestoken hebben wij zouden aangestoken hebben jullie zouden aangestoken hebben zij zouden aangestoken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
steek aan
|