NL: aansprekenSynoniemen: aanbreken, aanklampen, appelleren, begroeting, benaderen
DE: aanspreken (appelleren aan het gevoel): ansprechen, appellieren an, an das Gefühl appelieren
EN: aanspreken (appelleren aan het gevoel): appeal to the sentiment
ES: aanspreken (appelleren aan het gevoel): apelar al sentimiento
FR: aanspreken (appelleren aan het gevoel): appeler au sentiment, s'adresser au sentiment
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangesproken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik spreek aan jij spreekt aan hij spreekt aan wij spreken aan jullie spreken aan zij spreken aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangesproken jij hebt aangesproken hij heeft aangesproken wij hebben aangesproken jullie hebben aangesproken zij hebben aangesproken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sprak aan jij sprak aan hij sprak aan wij spraken aan jullie spraken aan zij spraken aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangesproken jij had aangesproken hij had aangesproken wij hadden aangesproken jullie hadden aangesproken zij hadden aangesproken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanspreken jij zult aanspreken hij zal aanspreken wij zullen aanspreken jullie zullen aanspreken zij zullen aanspreken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangesproken hebben jij zult aangesproken hebben hij zal aangesproken hebben wij zullen aangesproken hebben jullie zullen aangesproken hebben zij zullen aangesproken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanspreken jij zou aanspreken hij zou aanspreken wij zouden aanspreken jullie zouden aanspreken zij zouden aanspreken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangesproken hebben jij zou aangesproken hebben hij zou aangesproken hebben wij zouden aangesproken hebben jullie zouden aangesproken hebben zij zouden aangesproken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
spreek aan
|