NL: aanspoelenSynoniemen: aandrijven, stranden
EN: drift ashore, come ashore, wash up, wash ashore
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangespoeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik spoel aan jij spoelt aan hij spoelt aan wij spoelen aan jullie spoelen aan zij spoelen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangespoeld jij hebt aangespoeld hij heeft aangespoeld wij hebben aangespoeld jullie hebben aangespoeld zij hebben aangespoeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik spoelde aan jij spoelde aan hij spoelde aan wij spoelden aan jullie spoelden aan zij spoelden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangespoeld jij had aangespoeld hij had aangespoeld wij hadden aangespoeld jullie hadden aangespoeld zij hadden aangespoeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanspoelen jij zult aanspoelen hij zal aanspoelen wij zullen aanspoelen jullie zullen aanspoelen zij zullen aanspoelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangespoeld hebben jij zult aangespoeld hebben hij zal aangespoeld hebben wij zullen aangespoeld hebben jullie zullen aangespoeld hebben zij zullen aangespoeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanspoelen jij zou aanspoelen hij zou aanspoelen wij zouden aanspoelen jullie zouden aanspoelen zij zouden aanspoelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangespoeld hebben jij zou aangespoeld hebben hij zou aangespoeld hebben wij zouden aangespoeld hebben jullie zouden aangespoeld hebben zij zouden aangespoeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
spoel aan
|