NL: aansluitenSynoniemen: bijvallen, bijvoegen, instemmen, passen, verbinden
DE: anschließen, beifügen
EN: join up, include, add, unite, join
ES: añadir, agregar
FR: se joindre à, ajouter, correspondre, adjoindre, raccorder à, brancher sur, relier à, serrer les rangs
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangesloten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sluit aan jij sluit aan hij sluit aan wij sluiten aan jullie sluiten aan zij sluiten aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangesloten jij hebt aangesloten hij heeft aangesloten wij hebben aangesloten jullie hebben aangesloten zij hebben aangesloten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloot aan jij sloot aan hij sloot aan wij sloten aan jullie sloten aan zij sloten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangesloten jij had aangesloten hij had aangesloten wij hadden aangesloten jullie hadden aangesloten zij hadden aangesloten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aansluiten jij zult aansluiten hij zal aansluiten wij zullen aansluiten jullie zullen aansluiten zij zullen aansluiten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangesloten hebben jij zult aangesloten hebben hij zal aangesloten hebben wij zullen aangesloten hebben jullie zullen aangesloten hebben zij zullen aangesloten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aansluiten jij zou aansluiten hij zou aansluiten wij zouden aansluiten jullie zouden aansluiten zij zouden aansluiten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangesloten hebben jij zou aangesloten hebben hij zou aangesloten hebben wij zouden aangesloten hebben jullie zouden aangesloten hebben zij zouden aangesloten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sluit aan
|