NL: aanslaanSynoniemen: aanraken, beslaan, schatten, starten, taxeren, vast slaan, beoordelen
DE: aanslaan (taxeren): veranschlagen, anschlagen, taxieren
EN: aanslaan (taxeren): evaluate, tax, rate
ES: aanslaan (taxeren): valorar, evaluar
FR: aanslaan (taxeren): enfoncer, évaluer, clouer, taxer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sla aan jij slaat aan hij slaat aan wij slaan aan jullie slaan aan zij slaan aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangeslagen jij hebt aangeslagen hij heeft aangeslagen wij hebben aangeslagen jullie hebben aangeslagen zij hebben aangeslagen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloeg aan jij sloeg aan hij sloeg aan wij sloegen aan jullie sloegen aan zij sloegen aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangeslagen jij had aangeslagen hij had aangeslagen wij hadden aangeslagen jullie hadden aangeslagen zij hadden aangeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanslaan jij zult aanslaan hij zal aanslaan wij zullen aanslaan jullie zullen aanslaan zij zullen aanslaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangeslagen hebben jij zult aangeslagen hebben hij zal aangeslagen hebben wij zullen aangeslagen hebben jullie zullen aangeslagen hebben zij zullen aangeslagen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanslaan jij zou aanslaan hij zou aanslaan wij zouden aanslaan jullie zouden aanslaan zij zouden aanslaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangeslagen hebben jij zou aangeslagen hebben hij zou aangeslagen hebben wij zouden aangeslagen hebben jullie zouden aangeslagen hebben zij zouden aangeslagen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sla aan
|