NL: aanprijzenSynoniemen: aanbevelen, adviseren, recommanderen
DE: advisieren, anpreisen
EN: advise, recommend
FR: recommander, conseiler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangeprezen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik prijs aan jij prijst aan hij prijst aan wij prijzen aan jullie prijzen aan zij prijzen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangeprezen jij hebt aangeprezen hij heeft aangeprezen wij hebben aangeprezen jullie hebben aangeprezen zij hebben aangeprezen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik prees aan jij prees aan hij prees aan wij prezen aan jullie prezen aan zij prezen aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangeprezen jij had aangeprezen hij had aangeprezen wij hadden aangeprezen jullie hadden aangeprezen zij hadden aangeprezen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanprijzen jij zult aanprijzen hij zal aanprijzen wij zullen aanprijzen jullie zullen aanprijzen zij zullen aanprijzen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangeprezen hebben jij zult aangeprezen hebben hij zal aangeprezen hebben wij zullen aangeprezen hebben jullie zullen aangeprezen hebben zij zullen aangeprezen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanprijzen jij zou aanprijzen hij zou aanprijzen wij zouden aanprijzen jullie zouden aanprijzen zij zouden aanprijzen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangeprezen hebben jij zou aangeprezen hebben hij zou aangeprezen hebben wij zouden aangeprezen hebben jullie zouden aangeprezen hebben zij zouden aangeprezen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
prijs aan
|