NL: aanpotenSynoniemen: voortmaken, spoeden, overhaasten, jagen, ijlen, haasten, sloven, pezen, kapotwerken, buffelen, afbeulen
EN: aanpoten (hard werken): work hard, step up
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangepoot
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik poot aan jij poot aan hij poot aan wij poten aan jullie poten aan zij poten aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangepoot jij hebt aangepoot hij heeft aangepoot wij hebben aangepoot jullie hebben aangepoot zij hebben aangepoot
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik pootte aan jij pootte aan hij pootte aan wij pootten aan jullie pootten aan zij pootten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangepoot jij had aangepoot hij had aangepoot wij hadden aangepoot jullie hadden aangepoot zij hadden aangepoot
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanpoten jij zult aanpoten hij zal aanpoten wij zullen aanpoten jullie zullen aanpoten zij zullen aanpoten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangepoot hebben jij zult aangepoot hebben hij zal aangepoot hebben wij zullen aangepoot hebben jullie zullen aangepoot hebben zij zullen aangepoot hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanpoten jij zou aanpoten hij zou aanpoten wij zouden aanpoten jullie zouden aanpoten zij zouden aanpoten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangepoot hebben jij zou aangepoot hebben hij zou aangepoot hebben wij zouden aangepoot hebben jullie zouden aangepoot hebben zij zouden aangepoot hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
poot aan
|