NL: aanpassenSynoniemen: aangepast, aankunnen, adapteren, bijstellen, gewendraken, passen, wijzigen, aanbrengen, wennen, aarden
DE: anpassen, anprobieren
EN: adjust, fix, repair
ES: adaptar, ajustar
FR: adapter, ajuster, raccommoder, réparer, rapiécer, régler, mettre au point
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangepast
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik pas aan jij past aan hij past aan wij passen aan jullie passen aan zij passen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangepast jij hebt aangepast hij heeft aangepast wij hebben aangepast jullie hebben aangepast zij hebben aangepast
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik paste aan jij paste aan hij paste aan wij pasten aan jullie pasten aan zij pasten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangepast jij had aangepast hij had aangepast wij hadden aangepast jullie hadden aangepast zij hadden aangepast
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanpassen jij zult aanpassen hij zal aanpassen wij zullen aanpassen jullie zullen aanpassen zij zullen aanpassen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangepast hebben jij zult aangepast hebben hij zal aangepast hebben wij zullen aangepast hebben jullie zullen aangepast hebben zij zullen aangepast hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanpassen jij zou aanpassen hij zou aanpassen wij zouden aanpassen jullie zouden aanpassen zij zouden aanpassen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangepast hebben jij zou aangepast hebben hij zou aangepast hebben wij zouden aangepast hebben jullie zouden aangepast hebben zij zouden aangepast hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
pas aan
|