NL: aanmetenDE: anmessen
EN: take measure
FR: faire sur mesure
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangemeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik meet aan jij meet aan hij meet aan wij meten aan jullie meten aan zij meten aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangemeten jij hebt aangemeten hij heeft aangemeten wij hebben aangemeten jullie hebben aangemeten zij hebben aangemeten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik mat aan jij mat aan hij mat aan wij maten aan jullie maten aan zij maten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangemeten jij had aangemeten hij had aangemeten wij hadden aangemeten jullie hadden aangemeten zij hadden aangemeten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanmeten jij zult aanmeten hij zal aanmeten wij zullen aanmeten jullie zullen aanmeten zij zullen aanmeten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangemeten hebben jij zult aangemeten hebben hij zal aangemeten hebben wij zullen aangemeten hebben jullie zullen aangemeten hebben zij zullen aangemeten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanmeten jij zou aanmeten hij zou aanmeten wij zouden aanmeten jullie zouden aanmeten zij zouden aanmeten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangemeten hebben jij zou aangemeten hebben hij zou aangemeten hebben wij zouden aangemeten hebben jullie zouden aangemeten hebben zij zouden aangemeten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
meet aan
|