NL: aanmerkenSynoniemen: afkeuren, beschouwen
DE: bemerken, aussetzen
EN: rebuke, reprimand, blame
ES: tener objeciones a, reprender, considerar, observar, nombrar, señalar, proponer, notar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangemerkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik merk aan jij merkt aan hij merkt aan wij merken aan jullie merken aan zij merken aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangemerkt jij hebt aangemerkt hij heeft aangemerkt wij hebben aangemerkt jullie hebben aangemerkt zij hebben aangemerkt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik merkte aan jij merkte aan hij merkte aan wij merkten aan jullie merkten aan zij merkten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangemerkt jij had aangemerkt hij had aangemerkt wij hadden aangemerkt jullie hadden aangemerkt zij hadden aangemerkt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanmerken jij zult aanmerken hij zal aanmerken wij zullen aanmerken jullie zullen aanmerken zij zullen aanmerken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangemerkt hebben jij zult aangemerkt hebben hij zal aangemerkt hebben wij zullen aangemerkt hebben jullie zullen aangemerkt hebben zij zullen aangemerkt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanmerken jij zou aanmerken hij zou aanmerken wij zouden aanmerken jullie zouden aanmerken zij zouden aanmerken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangemerkt hebben jij zou aangemerkt hebben hij zou aangemerkt hebben wij zouden aangemerkt hebben jullie zouden aangemerkt hebben zij zouden aangemerkt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
merk aan
|