Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

aanmeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: aanmeren
Synoniemen: vastmeren, vastmaken, vastleggen, vastbinden, meren, afmeren, aanleggen

DE: aanmeren (vastmeren): anlegen, festmachen, heften, befestigen, anbinden, verankern, anketten, festbinden, einhaken
EN: aanmeren (vastmeren): anchor, moor, tie up, fasten
ES: aanmeren (vastmeren): amarrar
FR: aanmeren (vastmeren): amarrer, aborder, accoster

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
aangemeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik meer aan
jij meert aan
hij meert aan
wij meren aan
jullie meren aan
zij meren aan
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb aangemeerd
jij hebt aangemeerd
hij heeft aangemeerd
wij hebben aangemeerd
jullie hebben aangemeerd
zij hebben aangemeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik meerde aan
jij meerde aan
hij meerde aan
wij meerden aan
jullie meerden aan
zij meerden aan
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had aangemeerd
jij had aangemeerd
hij had aangemeerd
wij hadden aangemeerd
jullie hadden aangemeerd
zij hadden aangemeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal aanmeren
jij zult aanmeren
hij zal aanmeren
wij zullen aanmeren
jullie zullen aanmeren
zij zullen aanmeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal aangemeerd hebben
jij zult aangemeerd hebben
hij zal aangemeerd hebben
wij zullen aangemeerd hebben
jullie zullen aangemeerd hebben
zij zullen aangemeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou aanmeren
jij zou aanmeren
hij zou aanmeren
wij zouden aanmeren
jullie zouden aanmeren
zij zouden aanmeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou aangemeerd hebben
jij zou aangemeerd hebben
hij zou aangemeerd hebben
wij zouden aangemeerd hebben
jullie zouden aangemeerd hebben
zij zouden aangemeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
meer aan

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/aanmeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English