NL: aanlengenSynoniemen: lengen, verdunnen, verwateren, versnijden
DE: verlängern, verdünnen, strecken
EN: dilute, adulterate, water down
ES: debilitar, aflojar, diluir
FR: allonger, couper, diluer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangelengd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik leng aan jij lengt aan hij lengt aan wij lengen aan jullie lengen aan zij lengen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangelengd jij hebt aangelengd hij heeft aangelengd wij hebben aangelengd jullie hebben aangelengd zij hebben aangelengd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik lengde aan jij lengde aan hij lengde aan wij lengden aan jullie lengden aan zij lengden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangelengd jij had aangelengd hij had aangelengd wij hadden aangelengd jullie hadden aangelengd zij hadden aangelengd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanlengen jij zult aanlengen hij zal aanlengen wij zullen aanlengen jullie zullen aanlengen zij zullen aanlengen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangelengd hebben jij zult aangelengd hebben hij zal aangelengd hebben wij zullen aangelengd hebben jullie zullen aangelengd hebben zij zullen aangelengd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanlengen jij zou aanlengen hij zou aanlengen wij zouden aanlengen jullie zouden aanlengen zij zouden aanlengen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangelengd hebben jij zou aangelengd hebben hij zou aangelengd hebben wij zouden aangelengd hebben jullie zouden aangelengd hebben zij zouden aangelengd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
leng aan
|