NL: aanhalenSynoniemen: aantrekken, citeren, liefkozen, op de hals halen, verscherpen, liefkozing, streling, vleien, gestreel, aaiing, aai, aanhaling
DE: aanhalen (citeren): zitieren, herbefehlen
EN: aanhalen (citeren): quote, cite
ES: aanhalen (citeren): citar
FR: aanhalen (citeren): citer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangehaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik haal aan jij haalt aan hij haalt aan wij halen aan jullie halen aan zij halen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangehaald jij hebt aangehaald hij heeft aangehaald wij hebben aangehaald jullie hebben aangehaald zij hebben aangehaald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik haalde aan jij haalde aan hij haalde aan wij haalden aan jullie haalden aan zij haalden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangehaald jij had aangehaald hij had aangehaald wij hadden aangehaald jullie hadden aangehaald zij hadden aangehaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aanhalen jij zult aanhalen hij zal aanhalen wij zullen aanhalen jullie zullen aanhalen zij zullen aanhalen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangehaald hebben jij zult aangehaald hebben hij zal aangehaald hebben wij zullen aangehaald hebben jullie zullen aangehaald hebben zij zullen aangehaald hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aanhalen jij zou aanhalen hij zou aanhalen wij zouden aanhalen jullie zouden aanhalen zij zouden aanhalen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangehaald hebben jij zou aangehaald hebben hij zou aangehaald hebben wij zouden aangehaald hebben jullie zouden aangehaald hebben zij zouden aangehaald hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
haal aan
|