NL: aangapenSynoniemen: aanstaren, gapen
DE: aangapen (aanstaren): stieren, anglotzen, starren, gaffen, angaffen
EN: aangapen (aanstaren): gaze at, stare at
ES: aangapen (aanstaren): mirar fijamente, mirar con la boca abierta
FR: aangapen (aanstaren): fixer le regard, regarder fixement, regarder bouche bée, être bouche bée devant
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangegaapt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik gaap aan jij gaapt aan hij gaapt aan wij gapen aan jullie gapen aan zij gapen aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangegaapt jij hebt aangegaapt hij heeft aangegaapt wij hebben aangegaapt jullie hebben aangegaapt zij hebben aangegaapt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gaapte aan jij gaapte aan hij gaapte aan wij gaapten aan jullie gaapten aan zij gaapten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangegaapt jij had aangegaapt hij had aangegaapt wij hadden aangegaapt jullie hadden aangegaapt zij hadden aangegaapt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aangapen jij zult aangapen hij zal aangapen wij zullen aangapen jullie zullen aangapen zij zullen aangapen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangegaapt hebben jij zult aangegaapt hebben hij zal aangegaapt hebben wij zullen aangegaapt hebben jullie zullen aangegaapt hebben zij zullen aangegaapt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aangapen jij zou aangapen hij zou aangapen wij zouden aangapen jullie zouden aangapen zij zouden aangapen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangegaapt hebben jij zou aangegaapt hebben hij zou aangegaapt hebben wij zouden aangegaapt hebben jullie zouden aangegaapt hebben zij zouden aangegaapt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
gaap aan
|