NL: aangaanSynoniemen: aanflitsen, aanknopen, aanvangen, aanwippen, betreffen, gepast zijn, ondernemen, , verkeren, aanbelangen, contracteren, afsluiten, verkommeren, bekommeren, raken
DE: aangaan (aanknopen): anknöpfen
EN: aangaan (aanknopen): enter into, tie on to, enter
ES: aangaan (aanknopen): entablar, enlazar, concernir
FR: aangaan (aanknopen): engager, nouer, lier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ga aan jij gaat aan hij gaat aan wij gaan aan jullie gaan aan zij gaan aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben aangegaan jij bent aangegaan hij is aangegaan wij zijn aangegaan jullie zijn aangegaan zij zijn aangegaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ging aan jij ging aan hij ging aan wij gingen aan jullie gingen aan zij gingen aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was aangegaan jij was aangegaan hij was aangegaan wij waren aangegaan jullie waren aangegaan zij waren aangegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aangaan jij zult aangaan hij zal aangaan wij zullen aangaan jullie zullen aangaan zij zullen aangaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangegaan zijn jij zult aangegaan zijn hij zal aangegaan zijn wij zullen aangegaan zijn jullie zullen aangegaan zijn zij zullen aangegaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aangaan jij zou aangaan hij zou aangaan wij zouden aangaan jullie zouden aangaan zij zouden aangaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangegaan zijn jij zou aangegaan zijn hij zou aangegaan zijn wij zouden aangegaan zijn jullie zouden aangegaan zijn zij zouden aangegaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ga aan
|