NL: aandrukkenSynoniemen: vastdrukken
DE: andrücken, festdrücken
EN: wedge, fasten, press
FR: presser, serrer, coller, tasser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangedrukt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik druk aan jij drukt aan hij drukt aan wij drukken aan jullie drukken aan zij drukken aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangedrukt jij hebt aangedrukt hij heeft aangedrukt wij hebben aangedrukt jullie hebben aangedrukt zij hebben aangedrukt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik drukte aan jij drukte aan hij drukte aan wij drukten aan jullie drukten aan zij drukten aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangedrukt jij had aangedrukt hij had aangedrukt wij hadden aangedrukt jullie hadden aangedrukt zij hadden aangedrukt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aandrukken jij zult aandrukken hij zal aandrukken wij zullen aandrukken jullie zullen aandrukken zij zullen aandrukken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangedrukt hebben jij zult aangedrukt hebben hij zal aangedrukt hebben wij zullen aangedrukt hebben jullie zullen aangedrukt hebben zij zullen aangedrukt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aandrukken jij zou aandrukken hij zou aandrukken wij zouden aandrukken jullie zouden aandrukken zij zouden aandrukken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangedrukt hebben jij zou aangedrukt hebben hij zou aangedrukt hebben wij zouden aangedrukt hebben jullie zouden aangedrukt hebben zij zouden aangedrukt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
druk aan
|