NL: aandraaienSynoniemen: aandoen, aanzetten, inschakelen
DE: aandraaien (door draaien vastmaken): festdrehen, anziehen, andrehen, anschrauben, festschrauben
EN: aandraaien (door draaien vastmaken): thighten, screw on, lock
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
aangedraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik draai aan jij draait aan hij draait aan wij draaien aan jullie draaien aan zij draaien aan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb aangedraaid jij hebt aangedraaid hij heeft aangedraaid wij hebben aangedraaid jullie hebben aangedraaid zij hebben aangedraaid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik draaide aan jij draaide aan hij draaide aan wij draaiden aan jullie draaiden aan zij draaiden aan
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had aangedraaid jij had aangedraaid hij had aangedraaid wij hadden aangedraaid jullie hadden aangedraaid zij hadden aangedraaid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal aandraaien jij zult aandraaien hij zal aandraaien wij zullen aandraaien jullie zullen aandraaien zij zullen aandraaien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal aangedraaid hebben jij zult aangedraaid hebben hij zal aangedraaid hebben wij zullen aangedraaid hebben jullie zullen aangedraaid hebben zij zullen aangedraaid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou aandraaien jij zou aandraaien hij zou aandraaien wij zouden aandraaien jullie zouden aandraaien zij zouden aandraaien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou aangedraaid hebben jij zou aangedraaid hebben hij zou aangedraaid hebben wij zouden aangedraaid hebben jullie zouden aangedraaid hebben zij zouden aangedraaid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
draai aan
|